Logo

Ľ Geschiedenis van de LinMij
Het bedrijfs is in 1912 opgericht door de heren H.M. Jacobs en D. van Gelder als N.V. Amsterdamsche Petsdoekenfabriek, met als doel het reinigen van poetsdoeken. Op zichzelf niet zo'n winstgevende bezigheid, ware het niet, dat men door het verkopen van de olie welke men uit het waswater terugwon toch nog een redelijk resultaat behaalde. De winst van 1912 bedroeg fl. 618,04 op een omzet van fl. 7.780,84, hetgeen een resultaat van 8% betekende. Niet slecht voor een beginnend bedrijf. Binnen enkele jaren na deze start werd begonnen met het verhuren van handdoeken, tafelgoed e.d. en in heel bescheiden mate, met het reinigen van "ketelpaken". Het bedrijf ontwikkelde zich in de jaren tussen de twee wereldoorlogen vrij snel. Al in 1922 moest worden omgezien naar een grotere vestiging en die werd gevonden in Sloterdijk, toendertijd een klein dorpje aan de rand van Amsterdam. het is de plaats waar LinMij tot het einde (1993) gevestid was. In de loop der jaren werd de fabriek helemaal opgeslokt door het zich sterk uitbreidende Amsterdam. Kort daarna werden ook filialen geopend in Den Haag en Rotterdam. De activiteiten werden uitgebreid met een particuliere wasserij en een chemische reinigings-unit.

De crisis van de dertiger jaren heeft nauwelijks invloed gehad op de voorspoedige ontwkkeling van de onderneming. De naam van de onderneming was inmiddels gewijzigd in "N.V. Amsterdamsche Poetsdoekenfabriek en Linnenverhuurmaatschapij Nederland" voor het gemak afgekort tot N.V. LinMij, de naam die later ook statutair zou worden.

Een zwarte bladzijde in de geeschiedenis van LinMij brak aan op 10 mei 1940 met de bezetting van Nederland door de Duitsers. De familie Jacobs week op 13 mei 1940 via engeland uit naar de Verenigde Staten. De familie Van Gelder blef in Nederland. Al vrij spoedig werd het bedrijf als Joods bedrijf bezit onder Duits beheer geplaatsten werden de Joodse medewerkers ontslagen.

De familie Van Gelder, alsmede de heren Jacobs en Bartels, respectievelijk filiaalhouder van Den Haag en Rotterdam, met hun gezinnen zijn omgekomen in de Duitse vernietigingskampen.

De Duitse beheerder heeft het bedrijf in die vijf donkere jaren goed geleid. Hij heeft kans gezien het wegvoeren van machines, ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie , te voorkomen en dusdoende LinMij in staat gesteld na de bevrijding opnieuw te starten. De start kon niets anders dan moeizaam en traag zijn. Er was geen zeep, geen textiel en ook het machinepark verkeerde door het ontbreken van onderdelen in een deplorabele staat. Er was ook geen bestuur. Zodra de verbindingen met Amerika weer enigzins functioneerden werd aan het toenmalige hoofd van de administratie verzocht de lopende zakken waar te nemen tot in de benoeming van een nieuwe directie was voorzien.

De familie Jacobs besloot, gezien de onzekere situatie in Europa in de eerste jaren na de oorlog, zich definitief in Amerika te vestigen.

In 1964 werd de nieuwe directie benoemd en begon het bedrijf zich, ondanks de maar mondjesmaat beschikbaar komende textiel, langzaam te herstellen. Vanaf begin vijftiger jaren ging de ontwikkeling snel bergopwaarts, met name in de verhuursctor. De wasserij voor de particulierenwas en chemische reiniging werden afgestoten en de verhuur van bedrijfskleding nam snel toe. Begin zestiger jaren werdbesloten het verzorgingsgebied uit te breiden van de Randstad naar heel Nederland, wat leidde tot estiging van filialen in Assen en Roermond.

Tot en met 1978 vertoonde de onderneming nog alle kenmerken van een familiebedrijf met een merderheid van de aandelen in handen van de familie Jacogs. In 1979 verkocht de familie Jacobs haar aandelen aan de N.V. De Witte Lietaer, een textielfabriek in BelgiŽ, reeds jaren leverancier van LinMij van met name tafelgoed, die daardoor in staat werd gesteld 100% van de aandelen LinMij te verwerven.

Zoals bekend mag worden verondersteld, verkocht de Witte Lietaer haar aandelen in augustus 1984 aan Hokatex. Het was niet verbazingwekkend dat bij de LinMij-medewerkers het feit van de oername door de tot op dat moment geduchte en gevreesde concurrent enige onrust veroorzaakte.

Uiteindelijk heeft de LinMij nog onder eigen naam doorgedraait tot begin 1993, waarna definitief de naam en het beeldmerk (LinMij Moos) van het dak van de fabriek werd gehaald en de fabriek in Amsterdam haar deuren ging sluiten. Dit betekende voor de meeste van de ruim 220 medewerkers een gedwongen ontslag of het meeverhuizen naar de Hokatex wasserijen in Voorburg, Deventer, Alkmaar of Den Bosch.
[ terug... ]Omhoog

Eigen domeinnaam




Maak vrienden


Copyright 2002-2018